Je krijgt bijna medelijden met de president-commissarissen van de topbedrijven in Nederland. Uit het rapport van Spencer Stuart blijkt dat ze sterk vergrijzen, tijd tekortkomen en (in hun ogen) een veel te lage beloning krijgen. Bovendien klagen ze over het gebrek aan geschikte opvolgers.

Het rapport van Spencer Stuart toont een nuttig kijkje in de RvC-keuken. En dat is niet mis. De worsteling met een geschikte opvolger is niet eens het grootste probleem. Aan de top van de agenda staan de onderwerpen ‘ICT/digitaal’ en ‘strategie’, nog boven de eerder genoemde opvolgingsproblematiek. Veel schokkender.

Is de CEO, afkomstig uit de Command & Control-cultuur, de juiste persoon om de digitale transformatie te leiden c.q. toezicht te houden? Het gaat tenslotte om nieuwe businessmodellen en een buitengewoon complexe digitale opgave.

Opvolging
In het rapport wordt er geklaagd over het dalende aantal beursgenoteerde bedrijven, waar de headhunter toch graag uit mocht putten voor de opvolging van raden van commissarissen. Het klooneffect ligt dan op de loer. Een grotere diversiteit én de eigen meerwaarde voor de betrokken organisatie moeten juist voorop staan. Tijdig fris bloed aantrekken en opleiden is daarom een betere aanpak dan het zoeken van de opvolger uit de standaard CEO-kringen.

Opmerkelijk
De president-commissarissen vinden hun beloning te laag. Opmerkelijk. Dat geldt zeker voor het verlangen om ook in aandelen/opties te worden uitbetaald. Iets dat bij de totstandkoming van de recente Governance Code nog als ‘not done’ werd afgedaan, want dat zou ‘de onafhankelijkheid beïnvloeden’…

Gerard van Vliet, directeur van de Nederlandse Vereniging van Commissarissen en Directeuren (NCD), mocht bij BNR zijn licht laten schijnen op de conclusies van het rapport.