Vandaag is het zover: de Tweede Kamer gaat stemmen over het vrouwenquotum. Het CDA is overtuigd en daarmee zou het voorstel een meerderheid kunnen behalen. Maar is een quotum genoeg?

Een Kamermeerderheid lijkt zich te scharen achter het instellen van een vrouwenquotum: op 30 procent van de stoeltjes in de Raden van Commissarissen van beursgenoteerde bedrijven moet een vrouw zitten. Een quotum is wat mij betreft lang niet genoeg om echt een oplossing te vinden voor het probleem dat we hebben. Gisteren stond in het FD een voorbeeld daarvan: voor de vervanging van een mannelijk lid van de Raad van Commissarissen wordt een vrouwelijk lid voorgesteld, dat kennelijk helemaal uit Frankrijk moet komen om KPN te redden. We moeten in Nederland meer kansen voor vrouwen in de top creëren.

Gaat een vrouwenquotum ver genoeg?

Ruim een maand geleden organiseerden we als NCD een interessante discussieavond over het vrouwenquotum. Een aantal zeer betrokken vrouwen en mannen bespraken onder leiding van waarnemend voorzitter Jill Dierikx het voorgenomen quotum. De meningen waren verdeeld: de verdeling voor- en tegenstanders bleek 50/50. De meerderheid was erover eens dat een quotum niet ver genoeg gaat: je moet een structurele verandering willen realiseren.

Kansen voor topvrouwen

Er is meer nodig dan een quotum om de doorstroom van vrouwen naar de top te bevorderen. In Duitsland is er al langere tijd een dergelijk quotum. Onze Duitse collega’s klagen dat er veel te weinig doorstroom van talent naar de top is. Je moet er dus alles aan doen om bottom-up gunstige voorwaarden te scheppen. Wil je een vrouw benoemen aan de top van een technisch bedrijf? Dan is een technische opleiding/achtergrond waarschijnlijk een vereiste, dus is het belangrijk dat de instroom van vrouwen in studies voor technische beroepen verbeterd wordt. Maatregelen die de kansen voor vrouwen in de top, naast een quotum, vergroten.

Fopspeen?

Het vrouwenquotum is mijn ogen een fopspeen die voorkomt dat we daadwerkelijk meer vrouwen naar de top laten doorstromen. Ingrid de Graaf, onlangs benoemd als bestuurslid bij verzekeraar ASR, werkte in Duitsland als voorzitter van de Raad van Commissarissen bij Delta Lloyd. ‘Daar hebben ze een vrouwenquotum en geloof me, het is geen fijne entree als iedereen denkt dat je er zit omdat je een vrouw bent. Ik voelde mij meer uitgesloten dan ingesloten.’ We moeten vooral geen topvrouwen benoemen ‘omdat het moet’. Nee, omdat het kan.

Als NCD blijven we dus pleiten voor dat totaalpakket aan maatregelen om een betere vertegenwoordiging van vrouwen aan de top mogelijk te maken. We juichen iedere benoeming van harte toe, maar dan wel benoemingen zonder bijsmaak.