Houden beursgenoteerde bedrijven zich aan hun belofte om zich meer in te zetten voor milieu, maatschappij en werknemers? Gerard van Vliet (NCD) ziet een voorzichtige omslag. ‘We beginnen nu langzaam te wennen aan purpose.’

Een hoorzitting in de Tweede Kamer over beursgenoteerde bedrijven leidde tot veel discussie. Kamerleden vroegen zich openlijk af of de aandacht voor mens, milieu en maatschappij in de bedrijfsvoering van beursgenoteerde bedrijven toeneemt. Gerard van Vliet, directeur van de NCD, ziet een transitie in het beursgenoteerde bedrijfsleven. ‘Wij, de CEO’s en directeuren, komen allemaal uit het MBA-tijdperk. De spreadsheets, de KPI’s, de kwartaalrapportages. Dat was allemaal purse-gerelateerd. We beginnen nu langzaam te wennen aan purpose. We begrijpen alleen nog niet dat die twee geïntegreerd zijn. De letters van het woord purse zitten in purpose. En daar moeten we nog wel een evenwicht in vinden. ‘

Van Vliet ziet een focus op werknemers, maatschappij en milieu als waardevolle investering voor de langetermijnwaardecreatie, niet als risico. ‘Iedere ondernemer kijkt ook automatisch naar de risico’s die kansen met zich meebrengen. Deze moeten niet de boventoon voeren. Nu komt elke keer het woord risico weer naar voren. Het gaat juist over de continuïteit van je bedrijf zeker te stellen. Dat doe je door kansen te pakken.’

Eigen invulling

Hélène Vletter, president-commissaris bij Intertrust en hoogleraar financieel recht en governance aan de Erasmus Universiteit, legt de verantwoordelijkheid bij de beursgenoteerde bedrijven zelf. ‘Is het niet juist goed dat bedrijven zelf invulling geven aan hoe ze hun toekomst zien? Shell moet bijvoorbeeld op een hele andere manier zijn langetermijnwaardecreatie formuleren dan ING of een trading bedrijf op de AMX. Volgens mij is het juist de bedoeling dat je als onderneming zelf invulling geeft aan je horizon en hoe je die op een verantwoordelijke manier gaat bereiken.’