RONALD VAN TOL

Coronacrisis

4 ideeën voor herstel van bedrijven

De ‘coronamaatregelen’ vragen om solidariteit met de zorg. De prijs wordt voor een belangrijk deel betaald door het bedrijfsleven. De steunmaatregelen voor het bedrijfsleven lenigen weliswaar de eerste nood, maar bouwen ook een geld en vermogenstekort in de nabije toekomst, juist wanneer geld en eigen vermogen nodig zijn om een recessie te voorkomen. Ronald van Tol vertelt over anders denken over steun en drie concrete alternatieve vormen van steun.

Snel steun voor bedrijven

De ‘coronamaatregelen’ hebben tot gevolg dat de economie minder groei doormaakt of juist in de negatieve cijfers komt en officieel is een recessie te verwachten (CPB 26 mrt 2020). Overigens een andere recessie dan waar we normaal over spreken omdat de vraag naar goederen en diensten er nog steeds is, maar er niet kan worden voldaan aan die vraag door beperking in de levering. Om er nu voor te zorgen dat de economie niet omvalt is een aantal steunmaatregelen getroffen om bedrijven overeind te houden. Zo wordt het loon tot 90% door de staat betaald op voorwaarde dat er geen ontslagen vallen en krijgen ondernemers een uitkering om in elk geval een minimum van bestaan te hebben. Daarnaast worden de faciliteiten via banken opgerekt omdat kredietverlening tot grote hoogte wordt gegarandeerd door de staat. De regels voor de kredietverlening voor de banken worden opgerekt. Daarmee fungeert het bankwezen als distributiekanaal van het zekerheidsbeleid van de overheid. De overheid is snel geweest met de inzet van de middelen en dat valt te prijzen.

De maatregelen betreffen vooral aanvullingen van het inkomen tot een minimum bestaansniveau en zijn meestal onvoldoende vergeleken met de normale bedrijfsresultaten. Vaste kosten kunnen niet worden gedekt en er wordt verlies geleden.

Andere maatregelen moeten ervoor zorgen dat er geld is om rekeningen te betalen. Dat geld wordt verstrekt in de vorm van staatsgegarandeerde leningen. Met die leningen kan het bedrijf overeind worden gehouden, maar deze leningen moeten wel worden terugbetaald. Dat terugbetalen lukt alleen als de productie weer op gang komt.

Leningen trekken een wissel op de toekomst

De steunmaatregelen gaan op dit moment niet verder dan dat. In essentie komt het erop neer dat de financiële gevolgen van de ‘coronamaatregelen’ voor rekening komen van de getroffen ondernemingen. Dat vraagt een enorme solidariteit van de ondernemingen met overheid en zorg en die wordt gegeven. De vraag is nu hoe je ervoor kunt zorgen dat die solidariteit niet een nekslag wordt.
De steunmaatregelen voorzien in liquiditeit, geld om de rekeningen te betalen, maar ondernemingen worden echt geraakt in het eigen vermogen. Door productieverlies verandert winst in financieel verlies en verlies zorgt voor een afname van het eigen vermogen. En een onderneming functioneert alleen op eigen vermogen en op omzet. Met liquiditeitssteun ligt een onderneming aan de spreekwoordelijke beademing.

De liquiditeitssteun is noodzakelijk voor de eerste tijd, maar het heeft ook een negatief effect op de onderneming: door de extra leningen in ondernemingen verslechteren de verhoudingen tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. Het eigen vermogen daalt door verlies en het vreemd vermogen stijgt door de staatsgegarandeerde leningen. Als de “Corona-maatregelen” weer kunnen worden losgelaten en ondernemingen weer kunnen investeren moeten zij dat doen met een verslechterde vermogensverhouding. Die verhouding is bepalend voor het wel of niet krijgen van een financiering. Bij een verslechterde vermogensverhouding kunnen financieringen die in het verleden wel gegeven zouden worden, geweigerd worden. En juist die investeringen en benodigde financieringen zijn dan hard nodig om uit de recessie te komen.

Een ander belangrijk criterium voor het verkrijgen van financiering is de kasstroom van een bedrijf. Maar juist die staat onder druk door twee oorzaken: enerzijds het gemis aan omzet: er komt minder geld de onderneming binnen. Anderzijds door de verhoogde aflossing op de staatsleningen: er gaat meer geld uit de onderneming.

De steunmaatregelen van het kabinet helpen dus om de onderneming te behoeden voor omvallen maar trekken met de huidige voorwaarden een grote wissel op de toekomst van diezelfde bedrijven. Kunnen die aflossingsvoorwaarden dan niet anders teneinde die wissel zo klein mogelijk te maken en een recessie voorkomen of in ieder geval minimaal te houden. Enkele mogelijkheden zijn:

Vermogen buiten de kaders

De zeggenschap over de aflossing

In de eerste plaats moet de aflossing van de verstrekte leningen niet plaats vinden volgens een door de financier opgelegd schema, maar het schema moet een keuze van de onderneming zelf zijn. De onderneming moet in staat zijn naar draagkracht af te kunnen lossen, in de volgorde: eerst productie, groei en investeren en dan pas aflossen. De aflossing zou afhankelijk gemaakt kunnen worden van de bedrijfsresultaten. Daarmee creëer je vrijheid over de kasstroom en vrijheid om te ondernemen.

Het staat buiten kijf dat er afgelost moet worden. En dat mag ook worden gestimuleerd door de leningen (vriendelijk) rentedragend te maken. Met aflossen creëer je als onderneming namelijk ook weer ruimte voor het opvangen van een eventuele volgende crisis. Maar aflossen met een opgelegd en ambitieus schema brengt het bedrijf opnieuw in gevaar.

De vermogensverhoudingen beïnvloeden

Geconcludeerd is dat investeringen doorgang moeten vinden en daarmee dat een sterke eigen vermogenspositie van belang is. Hoe kun je nu die staatsgegarandeerde leningen beschouwen als eigen vermogen?

1. Een mogelijkheid is te werken met een impliciete achterstellingsverklaring van de lening. De leninggever, in dit geval de overheid (via de banken), verklaart daarbij dat aflossing van andere (toekomstige) leningen voorgaat.

2. Een andere mogelijkheid is om van de lening er een obligatie van te maken met daarin de mogelijkheid die te converteren naar aandelen. Die conversiemogelijkheid kun je dan zien als recht van de onderneming en eventueel als recht van de obligatiehouder.

3. Je kunt nog een stap verder gaan door aandelen uit te geven, die geen invloed geven op het ondernemingsbeleid. Hier kun je dan de verplichting aan verbinden de aandelen door de onderneming in te laten kopen bij een bepaalde winstgevendheid.
Deze drie suggesties als deze hebben wellicht consequenties voor wet- en regelgeving. Maar het zijn dan ook bijzondere tijden en dat vraagt denken buiten de kaders. Aanpassen van wetgeving is dat ook: het scheppen van nieuw kader. Wellicht leidt deze crisis dan tot mooie nieuwe producten.
Daarbij: ministers Hoekstra en Wiebes hebben vorig jaar hun Innovatiefonds aangekondigd. Waarom dit fonds niet ook gebruiken als herstelfonds en daarbinnen innovatie stimuleren? Eerst weer sterker worden, even eerst aan de eigen kracht denken en vernieuwing als onderdeel daarvan. We zouden al vernieuwing kunnen gebruiken om de maatschappij robuuster te maken om steunmaatregelen zoals bij de huidige crisis te voorkomen.

Het staat buiten kijf dat er afgelost moet worden. En dat mag ook worden gestimuleerd door de leningen (vriendelijk) rentedragend te maken. Met aflossen creëer je als onderneming namelijk ook weer ruimte voor het opvangen van een eventuele volgende crisis. Maar aflossen met een opgelegd en ambitieus schema brengt het bedrijf opnieuw in gevaar.

Ophouden met betaal-hamsteren

Een veel gehoorde aanbeveling om je liquiditeitspositie te verbeteren is het terugbrengen van de betaaltermijnen van debiteuren en het oprekken van de betaaltermijnen van crediteuren. Daar zit natuurlijk de crux want jouw debiteuren en crediteuren willen het precies andersom. Dat leidt eerder tot een machtsspel. De machtigste is het beste in het betaal-hamsteren en de kleinste trekt aan het kortste eind.

In het tv-programma Op1 van 26 maart kon bij monde van minister Knops (Binnenlandse Zaken) toch niet veel meer bedacht worden dan “een beetje lief zijn voor elkaar”. Hoewel daar op zich niets op tegen is, maar als het op overleven aankomt is daar geen ruimte voor. Dat laat het hamsteren van WC papier wel zien. Je zult daar toch wel meer voor moeten doen, bijvoorbeeld stimuleren van samen liquiditeit genereren of zelfs met bepaalde wetgeving moeten werken.
Voorzitter Hans de Boer (VNO NCW) had het in dezelfde uitzending over Nederland als ketenland. Ik stel me daar dan een productieketen bij voor: Alle bedrijven van zand tot klant betrokken bij een productieproces om tafel zetten en met elkaar afspraken maken over betalingen om zo de behoefte aan cash te verminderen. Daarmee reduceer je alle tussenliggende vertraging in de betalingen en wordt de totale termijn van betalen in de gehele keten korter. Een manier van werken die in Japan bekend is onder de naam Keiretsu en gebaseerd is op vertrouwen, respect en duidelijke verhoudingen.

Je kunt daarvoor een betaal- en financieringscoöperatie maken en dit proces uitbesteden aan een bank of fintechbedrijf of het proces zelf gezamenlijk doen. De techniek bestaat al, nu nog de cultuur om het toe te passen. Op deze wijze breng je èn de behoefte aan geld terug èn laat je het geld sneller rondgaan. Snelheid van beschikbaarheid van geld is een van de middelen die je hebt om de economie te stimuleren.

Coronacrisis: gevaar en kans

De crisis veroorzaakt door een virus laat zien hoe fragiel de samenleving is en hoe snel deze uit evenwicht kan worden gebracht. Orthodoxe manieren om bedrijven te financieren en overeind te houden volstaan nu niet.

In dit artikel staat een aantal andere denkrichtingen, niet zo zeer nieuw maar anders. Leidend in het denken is het herstellen van het eigen vermogen: De vraag: “Hoe breng je de ontnomen kracht weer terug bij de bedrijven.” staat centraal. Daarbij is ondersteuning door de overheid nodig, maar moet de aflossing afhankelijk van de resultaten worden gemaakt. Dat die steun van de overheid komt is logisch, gezien de keuze voor het stringente beleid en het beroep op solidariteit.

Een ander thema in het denken is om niet alles via het marktmechanisme op te lossen, maar om via overleg efficiency te bewerkstelligen. Een belangrijke daarin is tegengaan van betaal-hamsteren en de oplossing te zoeken in het verminderen van de gezamenlijke behoefte aan geldmiddelen. Een manier van werken die ook leidt tot een lagere kostprijs. Wat weer bij kan dragen meer winst en dus een sneller herstel.

Het staat buiten kijf dat er afgelost moet worden. En dat mag ook worden gestimuleerd door de leningen (vriendelijk) rentedragend te maken. Met aflossen creëer je als onderneming namelijk ook weer ruimte voor het opvangen van een eventuele volgende crisis. Maar aflossen met een opgelegd en ambitieus schema brengt het bedrijf opnieuw in gevaar.

Ronald van Tol

Ronald van Tol is lid van NCD en schreef het boek Cijfers bijten niet over het lezen van een jaarrekening en het begrijpen van een onderneming. Hij is zelfstandig organisatie-adviseur onder de naam Levende Cijfers. Voorheen werkte hij bij Capgemini Management Consultants en was kredietanalist bij ABN Amro en Rabobank.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van alle updates van NCD
Emailadres:*


Adres

Amersfoortseweg 98
3941 EP Doorn

Bel ons

+31 (0)88 623 2300

E-mail ons

ncd@ncd.nl

X